
Jongverkenners en jonggidsen (11-14 jaar) trekken er graag op uit in de natuur of verkennen hun buurt. Op tentenkamp koken ze hun eigen potje. In vaste leefgroepjes of patrouilles werken ze samen en nemen ze initiatieven: van kattekwaad tot leuker. Jonggivers krijgen een waaier van mogelijkheden om mee te beslissen, zelf de handen uit de mouwen te steken en allerlei vaardigheden onder de knie te krijgen. Met de jonggiverraad en derdejaarsmomenten worden kansen op inspraak geboden. Stilaan leren ze dat scouting niet stopt als de vergadering is afgelopen.
In Groeninge hebben we twee takken jongverkenners: Sperwers
en Valken. De samensmelting van deze twee takken voor bepaalde gelegenheden wordt huismus genoemd.
Er zijn ook twee takken jonggidsen: Dolfijnen en Orka's. Samen wordt dit goudvis.
Een belangrijke overgang maken kinderen – of jongeren?- door tijdens hun jonggidsen/jongverkennertijd. Soms gaapt er een diepe kloof tussen de jongsten en de oudsten van de tak.
Zo brengen lichamelijke veranderingen bij jonggidsen/jongverkenners heel wat teweeg. Onwennigheid, verlegenheid, verwarring zijn hen niet vreemd. Vooral zij, die de gemiddelde groeispurt en de eerste zaadlozing of menstruatie voorop of achterna hollen, kampen met heel wat vragen.
Vaak kennen twee jongens of twee meisjes stevige vriendschappen. Voorwaar een boezemvriend of –vriendin. Deze intieme vriendschap uit zich in samen naar school gaan, samen spelen, samen, eten, bij elkaar gaan slapen.
De groep als geheel is belangrijk voor hen. De groep bepaalt de norm, de stijl, de communicatie, de sfeer. Naargelang van de heersende norm maken jonggidsen/jongverkenners zich in de groep waar of raken ze stilzwijgend onderdrukt. Deze leeftijd is dan ook cruciaal om al dan niet lid te blijven van Scouting. Opboksen tegen een groepsnorm met een open gesprek valt moeilijk, net omdat afwijkende meningen niet makkelijk worden geuit.
Jonggidsen/jongverkenners vereenzelvigen zich met hun idealen en idolen. Ze specialiseren zich in hun hobby’s, vaardigheden, verzamelingen. Ze zetten zich stilaan af tegen hun ouders, de school. Het zijn enkele manieren waarmee ze zich wensen te manifesteren, te profileren. Deze manieren zijn meer een middel om zich te manifesteren dan een doel op zich. Het liedje duurt dan ook niet lang. Allerlei trends en rages zorgen voor een snelle ommekeer.
Jonggids of jongverkenner ben je drie jaar na elkaar. Anders dan op school zit je steeds met jongens of meisjes die één of twee jaar jonger of ouder zijn dan jezelf in een tak. Zo heeft een eerstejaars jonggiver een andere 'rol' in de tak dan een derdejaars.
Als elfjarige ben je de jongste van de tak, je bent eerstejaars jonggids of jongverkenner. De tweede- en derdejaars leren je alles wat nieuw is in de tak: gewoontes en rituelen van de tak, de kuren van de leiding, een kookvuur in elkaar sjorren, je eigen potje koken, hout hakken, de weg op een kaart vinden,...
Als tweedejaar zit je midden in de groep, tussen de jongsten en de oudsten van de tak. Je hebt al wat ervaring en daarmee kan je zeker je steentje bijdragen in de tak en in de patrouille.
Een derdejaar zit in zijn/haar laatste jaar bij de jonggivers. Je krijgt meer verantwoordelijkheden: het is aan jou om samen met de andere derdejaars de patrouilles te leiden. Samen met de leiding zoek je hoe je dit het best aanpakt. Af en toe mag je met alle derdejaars al eens een leuke activiteit in elkaar te steken voor de rest van de tak.